Vrijstelling voor diensten van exploitant sportinfrastructuur geldt ook voor online sportlessen

Artikel 44, § 2, 3° Wbtw stelt vrij van btw, de diensten door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan. Voor deze vrijstelling moeten dus aan de drie volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • de dienst moet betrekking hebben op het beoefenen van de sport zelf en verstrekt worden aan personen die actief aan sport komen doen;
  • de exploitant moet een instelling zijn die geen winstoogmerk nastreeft;
  • de ontvangsten van de exploitatie moeten uitsluitend worden gebruikt om de kosten ervan te dekken.

Als 'exploitant' moet in deze onder meer worden verstaan, iedere sportvereniging die haar leden in de mogelijkheid stelt een bepaalde sport te beoefenen door de terbeschikkingstelling van uitrustingen, het geven van leiding …, ongeacht of die vereniging daartoe al dan niet over een vaste infrastructuur beschikt. Voor zover de 'exploitant' sportlessen of sportbegeleiding verstrekt, is het op basis van voormelde wettekst niet vereist dat die lessen of begeleiding plaatsvinden in fysieke aanwezigheid van de personen die aan sport komen doen.

Dus komen ook online lessen voor het aanleren van bepaalde bewegingen of sportoefeningen in aanmerking voor voormelde vrijstelling. Deze lessen hebben betrekking op het beoefenen van de sport in kwestie zelf en worden verstrekt aan personen die actief aan sport 'komen' doen. Als daarbij de twee laatste voormelde voorwaarden eveneens vervuld zijn, dan zijn die lessen vrijgesteld van btw door artikel 44, § 2, 3° Wbtw.

Vr. & Antw. Kamer, 2020-2021, 55-063, 20 september 2021, vraag 487, S. Matheï, 7 juni 2021