Uitbreiding tolerantie voor aannemer die bouwmaterialen meeneemt naar of uit een andere lidstaat

Als een btw-plichtige goederen voor zijn bedrijf van één lidstaat overbrengt naar een andere lidstaat, dan wordt deze overbrenging in principe gelijkgesteld met:

  • een vrijgestelde IC-levering in de lidstaat van vertrek;
  • een te belasten IC-verwerving in de lidstaat van aankomst.

Voor de gelijkgestelde IC-verwerving zal de btw-plichtige zich in principe in de lidstaat van aankomst voor btw moeten registreren.

Overbrenging van materialen van een andere lidstaat naar België in het kader van een werk in onroerende staat in België

De fiscus besliste in 2011 dat een buitenlandse aannemer die vanuit een andere lidstaat materialen uit zijn voorraad meebrengt naar België om hier in een onroerend goed te verwerken, zich voor de gelijkgestelde intracommunautaire verwerving (artikel 25quater, § 1 Wbtw) die voor de btw in België plaatsvindt (artikel 25quinquies, § 2 Wbtw) niet in België moet identificeren voor btw. Hetzelfde geldt naar analogie voor de gelijkgestelde levering in België als de buitenlandse aannemer het overschot van goederen dat uiteindelijk niet in het bouwwerk werd ingelijfd, terug meeneemt naar de lidstaat van waaruit hij ze heeft meegebracht (beslissing nr. E.T. 119.687 dd. 15.03.2011, vervangen door circulaire 2020/C/50 dd. 02.04.2020, nr. 5.4.8.9). Deze tolerantie is enkel van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de handelingen die de btw-plichtige verricht en die in België plaatsvinden, zijn enkel werken in onroerende staat (dienstprestaties) waarop de verlegging van heffing naar de medecontractant van artikel 51, § 2, 1ste lid, 5° Wbtw van toepassing is;
  • de bestemming van de goederen (Belgische werf) is gekend bij de aanvang van de verzending of het vervoer (overbrenging) ervan;
  • de goederen worden daadwerkelijk ingelijfd in het bouwwerk waarvoor zij waren bestemd en het eventuele overschot van de overgebrachte goederen wordt terug meegenomen door de btw-plichtige naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst;
  • de voorwaarden voor de vrijstelling van artikel 39bis, 1ste lid, 4° Wbtw (met uitzondering van de opname ervan in de IC-opgave) zijn vervuld voor de overbrenging door de btw-plichtige van voormelde overschotten die hij terug meeneemt naar zijn vestiging in de lidstaat van herkomst;
  • de btw-plichtige zou de btw die over de intracommunautaire verwerving in België verschuldigd is, volledig kunnen aftrekken;
  • de fiscale autoriteiten van de lidstaat van waaruit de materialen worden vervoerd of verzonden en naar waar de eventuele overschotten worden teruggezonden, verzet zich niet tegen deze tolerantie.

Invoering nieuwe OSS-regeling 1 juli 2021

Door de invoering van de nieuwe OSS-regeling met ingang van 1 juli 2021, is een buitenlandse btw-plichtige die in België een werk in onroerende staat uitvoert voor een in de EU gevestigde niet-btw-plichtige klant, niet langer verplicht om zich voor deze handeling in België voor btw te registreren.  Tot voor deze datum was de btw-plichtige verplicht de Belgische btw op dit werk in onroerende staat aan te geven in een periodieke Belgische btw-aangifte. Maar vanaf 1 juli 2021 kan hij deze Belgische btw aangeven en voldoen via de OSS-regeling in zijn eigen lidstaat.

Ook in dit geval is de kans reëel dat de btw-plichtige materialen uit zijn voorraad vanuit zijn lidstaat meeneemt naar België om hier in het bouwwerk in te lijven. En voormelde tolerantie kan hij dan niet toepassen omdat in dit geval voormelde verlegging van heffing niet van toepassing is en hij zelf de Belgische btw op zijn dienstprestatie moet voldoen (1ste voorwaarde is niet voldaan).

Daarom aanvaardt de fiscus nu dat de btw-plichtige ook in dit geval de voormelde tolerantie kan genieten. De eerste voorwaarde wordt in dit geval vervangen door de voorwaarde dat de btw-plichtige geen andere reden heeft om in België voor btw te registreren dan de gelijkgestelde intracommunautaire verwerving ingevolge de overbrenging naar België van de goederen. De andere voorwaarden blijven ongewijzigd.

De buitenlandse btw-plichtige kan beide voormelde toleranties combineren als hij in België zowel werk in onroerende staat verricht waarop de verlegging van artikel 51, § 2, 5° Wbtw van toepassing is als werk in onroerende staat waarop hij Belgische btw verschuldigd is maar die hij in zijn lidstaat via de OSS-regeling aangeeft en betaalt.

De toleranties zijn nooit verplicht toe te passen, de btw-plichtige kan steeds kiezen om zich voor de intracommunautaire verwervingen in België te registreren voor btw.

Overbrenging van materialen van België naar een andere lidstaat in het kader van een werk in onroerende staat in die lidstaat

Nieuw is nu ook dat de fiscus een tolerantie invoert als een in België gevestigde btw-plichtige vanuit België materialen meeneemt naar een andere lidstaat om ze daar in het kader van een werk in onroerende staat in een bouwwerk in te lijven en waarbij hij dat werk in onroerende staat verricht voor een in de EU gevestigde niet-btw-plichtige afnemer en de btw die in die andere lidstaat over dat werk verschuldigd is, hier in België aangeeft en betaalt via de OSS-regeling.

Als de lidstaat van aankomst een gelijkaardige tolerantie toepast zoals België doet voor de materialen die vanuit een andere lidstaat naar België meegenomen worden, waardoor er in die lidstaat geen belastbare gelijkgestelde IC-verwerving gerapporteerd moet worden, dan aanvaardt de fiscus dat er in België sprake is van een niet-overbrenging (in plaats van een gelijkgestelde IC-levering). Voor deze tolerantie moeten mutatis mutandis dezelfde voorwaarden als hiervoor vervuld zijn. Ook de terugzending naar België van het overschot aan materialen moet de btw-plichtige dan niet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte opnemen. De Belgische btw-plichtige moet wel kunnen aantonen dat de lidstaat waarnaar de goederen zijn vervoerd (lidstaat waar het werk in onroerende staat wordt uitgevoerd) zulke tolerantie heeft toegestaan.

De nieuwe toleranties kunnen toegepast worden vanaf 1 juli 2021

Fisconetplus, circulaire 2021/C/92, 13 oktober 2021