Tolerantie voor btw-formaliteiten ingevolge wijziging btw-vrijstelling voor medische diensten vanaf 01.01.2022

Vanaf 1 januari 2022 wijzigen de regels voor de btw-vrijstelling voor diensten inzake medische verzorging (artikel 44, § 1 Wbtw). Er zullen voor de vrijstelling vanaf dan twee voorwaarden vervuld moeten zijn: de personele en de materiële voorwaarde.

De personele voorwaarde heeft betrekking op de dienstverrichter.

Die moet opgenomen zijn in de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen van 2015 of in de wet Colla van 1999 op de niet-conventionele praktijken (vrijstelling artikel 44, § 1, 1° Wbtw nieuw).

Is dat niet het geval, dan moet hij op basis van een certificaat dat is uitgereikt door een instelling die erkend is door het land waar ze is gevestigd, aantonen dat hij over de noodzakelijke kwalificaties beschikt om medische verzorging te verlenen waarvan het kwaliteitsniveau voldoende hoog is om soortgelijk te zijn aan die aangeboden door zij die wel onder de wet gezondheidszorgberoepen of de wet niet-conventionele praktijken vallen (artikel 44, § 1, 2° Wbtw). Bovendien moet in dit geval aan de fiscus voorafgaandelijk aan de toepassing van de btw-vrijstelling een kennisgeving gedaan worden (de modaliteiten hiervan moeten nog in een KB uitgewerkt worden).

De materiële voorwaarde houdt in dat de handelingen een therapeutisch doel moeten hebben.

Er zullen dus verschillende handelingen zijn die vanaf 1 januari 2022 aan btw onderworpen zullen zijn terwijl die vandaag nog vrijgesteld zijn, of omgekeerd.

De fiscus zal hierover nog een uitvoerige circulaire publiceren. Die publicatie is voorzien in de week van 20 december 2021. In afwachting daarvan kondigt de fiscus nu al enkele toleranties aan. Die gelden ook voor ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria voor wie de regels van de btw-vrijstelling voor ziekenhuisverpleging en medische verzorging (en de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen) eveneens wijzigen vanaf 1 januari 2022 (artikel 44, § 2, 1°, a Wbtw).

Btw-regime

De bestaande regels van artikel 44, § 1 en 44, § 2, 1°, a) Wbtw zoals ze van toepassing zijn tot 31 december 2021, blijven van toepassing op:

  • de ingrepen of behandelingen verricht door medische beroepsbeoefenaars en ziekenhuizen die:
    • uiterlijk op 31 december 2021 zijn vastgelegd met de patiënt om te worden verricht op een bepaalde datum;
    • en effectief worden uitgevoerd of afgerond uiterlijk op 30 juni 2022;
  • de dienstprestaties (vb. expertises) die reeds zijn uitgevoerd uiterlijk op 31 december 2021 (belastbaar feit) maar waarvoor er zich een oorzaak van opeisbaarheid voordoet na die datum (bv. ontvangst van de door de particulier gedane betaling).

Bij erelonen waar het tijdstip van opeisbaarheid zich pas vanaf 1 januari 2022 voordoet (bv. ontvangst van de door de particulier gedane betaling) maar die betrekking hebben op enerzijds handelingen die uiterlijk op 31 december 2021 materieel zijn verricht en anderzijds op handelingen die pas vanaf 01.01.2022 zullen worden verricht, mag het gedeelte van het ereloon dat betrekking heeft op de vóór 1 januari 2022 materieel verrichte diensten, de regeling volgen die tot en met 31 december 2021 van toepassing was. De dienstverrichter moet dan wel ten laatste op 28 februari 2022 aan zijn medecontractant een formele, gedetailleerde kostenstaat uitreiken en de prijs moet duidelijk bepaalbaar zijn en toegerekend kunnen worden aan de vóór 1 januari 2022 materieel verrichte diensten.

Btw-registratie

Btw-plichtigen die door de wijziging van de regels voor de btw-vrijstelling voor medische diensten een formulier e604A of e604B moeten indienen, krijgen tijd tot 31 januari 2022 om dit te doen. De registratie (e604A) of de wijzigingen aan de btw-identificatie (e604B) zullen doorgevoerd worden met uitwerking op 1 januari 2022.

Eerste btw-aangifte

Btw-plichtigen die door de wijziging van de regels voor de btw-vrijstelling voor medische diensten voor de eerste keer de periodieke btw-kwartaalaangifte moeten indienen, kunnen hun handelingen van het eerste kwartaal mee opnemen in de btw-aangifte voor het tweede kwartaal. Ze moeten wel voor het eerste kwartaal een nihilaangifte indienen tegen de normale deadline (20.04.2022).

Gaat het om een maandaangever, dan kan hij de handelingen van januari, februari en maart 2022 opnemen in zijn btw-aangifte van april 2022 die uiterlijk 20 mei 2022 moet worden ingediend. Ook hier moet de btw-plichtige voor de maanden januari, februari en maart 2022 nihilaangiftes indienen tegen de normale deadlines (respectievelijk 20.02.2022, 20.03.2022 en 20.04.2022). Hij mag ook de handelingen van januari en februari 2022 mee opnemen in de aangifte van maart 2022 of de handelingen van januari 2022 mee opnemen in de aangifte van februari 2022. Maar de tolerantie kan slechts eenmalig toegepast worden, daarna moeten de gewone regels nageleefd worden.

Herziening btw op bedrijfsmiddelen

Btw-plichtigen die vandaag aan btw onderworpen handelingen verrichten die vanaf 1 januari 2022 van btw vrijgesteld zullen zijn, zullen een deel van de in het verleden op hun bedrijfsmiddelen  afgetrokken btw, moeten terugstorten aan de fiscus, en dit in de mate dat de herzieningstermijn nog niet is verstreken. Omwille van de financiële gevolgen van die herziening, aanvaardt de fiscus dat die herziening jaarlijks kan gebeuren (telkens op 1/5 of 1/15 van de oorspronkelijke btw), ook in het geval de btw-plichtige nog uitsluitend handelingen zal verrichten die geen recht op aftrek verlenen (de fiscus zal nog moeten verduidelijken hoe dit zal moeten gebeuren als de btw-plichtige geen periodieke btw-aangiftes meer indient).

FOD Financiën, nieuwsbericht, 9 december 2021