Opgelet met 6% btw voor poorten aan woningen van 10 jaar of ouder

Rubriek XXXI van de tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 voorziet onder meer in een verlaagd btw-tarief van 6% voor onroerende handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben. Een btw-plichtige onderneming die poorten levert en plaatst, past dit verlaagd btw-tarief toe als die poorten aan de woning worden vastgehecht. De fiscus daarentegen eist de toepassing van het normale btw-tarief van 21%.

In eerste aanleg (Antwerpen dd. 16.04.2018) krijgt de fiscus gelijk waarop de btw-plichtige beroep aantekent. Maar zonder succes.

Poorten en afsluitingen

Voor dit verlaagd btw-tarief is vereist dat de werken op de woning zelf betrekking hebben, en niet op de aanhorigheden ervan zoals de tuin. Wat afsluitingen betreft, en in het bijzonder de erin geïntegreerde poorten, heeft de fiscus steeds het standpunt ingenomen dat deze het verlaagd btw-tarief niet kunnen genieten. Of de toegangspoort al of niet is voorzien van attributen van de woonfunctie (bel, brievenbus, huisnummer) is hierbij van geen belang.

Voor hekkens of poortjes aanvaardt de fiscus dit verlaagd btw-tarief als ze ingewerkt zijn in muurtjes die grenzen aan de woning en die geen eigenlijke scheiding of afbakening van de eigendom vormen (beslissing nr. E.T. 80.398 dd. 01.10.1996).

Het verlaagd btw-tarief moet volgens het hof, als uitzondering op het btw-tarief van 21%, strikt geïnterpreteerd worden. Bovendien voorziet de wettelijke bepaling uitdrukkelijk dat het verlaagd tarief in geen geval van toepassing is op werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerken, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen.

Als de poorten niet zijn aangehecht aan de woning, kan het verlaagd btw-tarief sowieso niet van toepassing zijn. Maar anderzijds is de vasthechting ervan aan de woning daarvoor evenmin voldoende. Om onder de 6% te vallen moet de poort een aanhorigheid of verbetering van de privéwoning uitmaken. Dus niet enkel de verankering van de poort, maar ook de functie ervan is bepalend voor de toepassing van de 6%, zoals bv. een toegangspoort die, zoals een voordeur, toegang verschaft tot de woning zelf.

Toegangspoorten die niet geïntegreerd zijn in de muren van de woning en daartoe geen toegang verschaffen, maken geen deel uit van de woning. De plaatsing ervan kan dus niet worden beschouwd als een handelingen die betrekking heeft op de eigenlijke woning. Zulke leveringen met plaatsing zijn volgens het hof dan ook onderworpen aan het btw-tarief van 21%. En dat blijft zo zelfs als de poort, al dan niet met tussenplaatsing van een paal, aan de woning is vastgehecht. En of ze dan deel uitmaakt van een afscheiding van de eigendom van de openbare weg, of van een afscheiding tussen verschillende delen van de tuin, is evenmin van belang.

De ruling 2018.0458 dd. 19.06.2018 waarop de btw-plichtige zich beroept en waarin werd beslist dat muurvaste aan de woning gehechte toegangspoorten niet als een afsluiting of omheining, maar wel als een aanhorigheid van de woning kunnen worden beschouwd, moet volgens het hof dan ook in deze zin begrepen worden, net zoals voormelde beslissing nr. E.T. 80.398 (het hof gaat niet in op het feit dat een ruling enkel bindende kracht heeft ten aanzien van de aanvrager zelf en dat derden hier geen wettelijke kracht uit kunnen putten).

Het hof bevestigt dan ook de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de btw-plichtige niet heeft aangetoond aanspraak te kunnen maken op voormeld verlaagd btw-tarief.

Video- en parlofoon

Wat de installatie van video- en parlofoon betreft, stelt het hof dat het verlaagd btw-tarief voorzien in rubriek XXXI, § 3, 3°, d) van de tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 (de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon) enkel van toepassing is voor zover die installatie aan de woning is gehecht. In het geval slechts en deel ervan aan de woning is gehecht en een ander deel ervan aan een onderdeel dat niet behoort tot de woning (bv. de voormelde poorten die geen deel uitmaken van de woning), dan moet het volgend onderscheid worden gemaakt:

  • als een opsplitsing mogelijk is, zal enkel het deel dat betrekking heeft op de woning het verlaagd btw-tarief kunnen genieten (mits uiteraard ook aan de andere voorwaarden is voldaan), tenzij dat deel slechts bijkomstig deel uitmaakt van een complexe overeenkomst die het verlaagd btw-tarief van 6% niet kan genieten (artikel 1, tweede lid, a KB nr. 20);
  • is voormelde opsplitsing niet mogelijk, dan gaat het om één enkele prestatie (HvJ dd. 27.10.2005, C-41/04,  Levob Verzekeringen) waarbij het vermoeden van artikel 64, § 3 Wbtw van toepassing is: behoudens tegenbewijs worden de handelingen geacht voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of de diensten waarvoor het hoogste btw-tarief geldt. Het tegenbewijs zal volgens het hof niet tot gevolg hebben dat het verlaagd btw-tarief van 6% kan worden toegepast als zou blijken dat de handelingen die onder dit verlaagd btw-tarief vallen slechts bijkomstig deel uitmaken van een overeenkomst, die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft (artikel 1, tweede lid, a KB nr. 20).

In deze redenering besluit het hof dat ingevolge de beperkte interpretatie van het toepassingsgebied van het verlaagd btw-tarief dit tegenbewijs niet op algemene wijze kan voortvloeien uit de vaststelling dat de camera's die niet aan de woning bevestigd zijn geen enkel nut hebben zonder het deel van de installatie dat zich in of aan de woning bevindt. Voormeld artikel 1, tweede lid, a) van het KB nr. 20, dat in een uitsluiting van het verlaagd btw-tarief van 6% voorziet voor handelingen die slechts bijkomstig deel uitmaken van een complexe handeling waarop het verlaagd btw-tarief van 6% niet van toepassing is, kan niet worden ingeroepen om de toepassing van het tarief van 6% te bepleiten voor de aan 21% btw onderworpen diensten die bijkomstig deel uitmaken van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk diensten tot voorwerp heeft die wel onderworpen zijn aan het verlaagd btw-tarief van 6%. In die gevallen blijft het voormelde vermoeden van artikel 64, § 3 Wbtw onverkort van toepassing.

Opgewekt vertrouwen en controlebevoegdheden

De btw-plichtige vroeg ook nog de vernietiging van de vordering van de fiscus omwille van een eerder uitgevoerde controle waarbij geen opmerkingen over de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% werden gegeven en om reden dat de controleur zijn onderzoeksbevoegdheden buitensporig zou hebben uitgeoefend.

Wat die eerdere controle betreft, die gebeurde naar aanleiding van de aanvraag tot terugbetaling van een btw-tegoed waarbij enkele facturen en creditnota's werden opgevraagd. Die controle betreft volgens het hof slechts een zeer beperkt aspect van het vierde kwartaal van 2004. Nergens blijkt dat een grondige controle heeft plaatsgevonden omtrent de toepassing van het verlaagd btw-tarief. De btw-plichtige toont evenmin aan dat hierover een akkoord gesloten werd met de fiscus, noch dat die laatste toen impliciet heeft aanvaard dat op de levering en plaatsing van poorten en video- of parlofoontoestellen in principe een btw-tarief van 6% van toepassing was.

En dat de controleur zijn controlebevoegdheden buitensporig zou hebben uitgeoefend door veel foto's te nemen bij en vragen te stellen aan de klanten van de btw-plichtige, is volgens het hof niet het geval. Het hof verwijst hierbij nog naar een uitspraak van het Hof van Cassatie waarin is gesteld dat belastingambtenaren in beginsel wel degelijk vanop de openbare weg, met het oog op het bepalen van de belastingschuld, ongemerkt de beroepsactiviteiten van een btw-plichtige kunnen observeren, evenals de beroepshandelingen die deze stelt met andere btw-plichtigen, ook al vinden deze observaties herhaaldelijk plaats (F.18.0093.N dd. 14.12.2018).

HvB Antwerpen, rolnr. 2018/AR/1700, 11 februari 2020