Minister licht btw-regeling brouwerijcontracten nog eens toe

Gepubliceerd op 16 juni 2019

Met een brouwerijcontract wordt bedoeld: de overeenkomst tussen enerzijds een brouwerij of een drankenhandelaar en anderzijds een caféhouder waarbij die laatste de verplichting op zich neemt om zich voor de dranken uitsluitend te bevoorraden bij de brouwerij of de drankenhandelaar die hem daarvoor in ruil een dienst verstrekt (lening, terbeschikkingstelling van de café-uitrusting en/of -meubilair) of goederen levert (zoals café-uitrusting of -meubilair waarvan de caféhouder na verloop van een bepaalde periode eigenaar wordt). Het gaat dus om wederzijdse prestaties waarvan de fiscus de btw-regels in de beslissing nr. E.T.21.421 dd. 29.10.1975, geactualiseerd door de beslissing nr. E.T.96.988 dd. 22.11.2000​, als volgt omschrijft:

de verbintenis van de caféhouder is een belastbare dienst (artikel 18, § 1, 2de lid, 6° Wbtw);
de door de brouwerij/drankenhandelaar geleverde goederen en/of verrichte diensten zijn eveneens belastbare handelingen (maar kunnen vrijgesteld zijn als het bijvoorbeeld om een lening gaat).

Dienst door de caféhouder
De door de caféhouder verrichte dienst is in principe aan btw onderworpen. Omdat de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, is die btw verschuldigd over de normale waarde van de tegenprestatie van de brouwerij/drankenhandelaar.
De fiscus aanvaardt dat deze btw niet verschuldigd is als hij volledig aftrekbaar zou zijn in hoofde van de brouwerij/drankenhandelaar. De caféhouder moet in dat geval geen factuur uitreiken voor zijn dienst. De brouwerij/drankenhandelaar moet aan de caféhouder een attest uit te reiken met de verklaring dat de btw die normaal verschuldigd zou zijn over de dienst van de caféhouder, volledig afgetrokken kan worden.
Als de tegenprestatie van de brouwerij/drankenhandelaar bestaat uit een vrijgestelde handeling, zoals bv. een lening, dan is deze een gemengde btw-plichtige en zal die de btw, die normaal verschuldigd is op de door de caféhouder verrichte dienst, maar volledig kunnen aftrekken als er toepassing wordt gemaakt van het werkelijk gebruik (de verplichting van de caféhouder bevordert de verkoop van dranken en houdt geen verband met de vrijgestelde lening).

Tegenprestatie van de brouwerij/drankenhandelaar
De hiervoor vermelde tolerantie geldt enkel voor de caféhouders. Ze kan niet uitgebreid worden naar de brouwerijen of drankenhandelaars. Deze laatsten moeten wel een factuur uitreiken aan de caféhouder voor de door hen geleverde tegenprestatie (tenzij die is vrijgesteld zoals bijvoorbeeld een lening). In principe is de btw hier verschuldigd over de normale waarde van de door de caféhouder verrichte dienst. Maar het is moeilijk om de waarde zo’n alleenleverrecht vast te stellen. Dus aanvaardt de fiscus dat de btw berekend wordt over de normale waarde van de prestatie die de brouwerij/drankenhandelaar voor de caféhouder verricht (bv. de prijs die de caféhouder aan een derde zou moeten betalen om de ter beschikking gestelde goederen te huren/kopen).
De minister bevestigt dat de brouwerijen en drankenhandelaars deze verkoopfactuur moeten uitreiken omwille van controledoeleinden. Hun tegenprestatie in ruil voor de door de caféhouder verrichte dienst is meestal een levering (met uitgestelde eigendomsoverdracht) van investeringsgoederen die in hoofde van de caféhouder onderworpen zijn aan een eventuele herziening of onttrekking (bijvoorbeeld bij wijziging of stopzetting van de activiteit). En niet elke exploitant van een drank- of eetgelegenheid heeft een volledig recht op btw-aftrek. Het bijhouden door de brouwerij/drankenhandelaar van een inventaris waarin een duidelijk overzicht wordt gegeven van welke uitrustingsgoederen bij welke horecazaak ter beschikking worden gesteld en voor welk bedrag, is niet voldoende.
Voor hun boekhouding mogen de brouwerijen/drankenhandelaars een intern stuk opmaken dat verwijst naar de beslissing nr. E.T.96.988 dd. 22.11.2000 en het door hen aan de caféhouder uitgereikte attest. Dat stuk wordt bij de aankopen geboekt en dient voor het tegenboeken van de vordering die ontstaat ten aanzien van de caféhouders (voormelde factuur). Op dat intern stuk mag geen btw worden vermeld.
Tot slot bevestigt de minister nog dat wat voorafgaat reeds sinds 2001 het standpunt is van de fiscus. Maar het kan zijn dat dit niet door alle controle-agenten uniform werd toegepast. De dienst belast met de organisatie van de controle van de kmo’s werd niet op de hoogte gebracht van eventuele onregelmatigheden inzake de controle in verband met een overeenkomst met een drankenhandelaar. In het kader van de controleacties ten aanzien van de horecasector, zoals bij alle controleacties die de fiscus organiseert, waakt hij er altijd over dat de werkmethodes eenduidig zijn, door richtlijnen uit te vaardigen en controlemodellen ter beschikking te stellen van de controleurs.

Vr. & Antw. Kamer, 2018-2019, 54-184, 4 april 2019, vraag nr. 2548, L. Van Biesen, 22 februari 2019


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?