Inperking btw-vrijstelling goederenvervoer bij uitvoer: inwerkingtreding nieuw standpunt voorlopig opgeschort

De fiscus lat weten de inwerkingtreding van het nieuwe standpunt over de btw-vrijstelling voor vervoersdiensten die samenhangen met uitvoer, voorlopig op te schorten.

Met zijn circulaire 2021/C/96 dd. 27.10.2021 liet hij weten dat de btw-vrijstelling van artikel 41, § 1, 3° Wbtw voor diensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen vanuit België of een andere lidstaat buiten de Gemeenschap, vanaf 1 januari 2022 beperkt moest worden tot de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. Met die laatste bedoelt de fiscus:

  • de verkoper of koper van de te exporteren goederen;
  • de eigenaar, de huurder of de lener van de uit te voeren goederen;
  • de contractant die goederen buiten de Gemeenschap exporteert met het oog op reparatie, verwerking of aanpassing;
  • degene die buiten de Gemeenschap goederen wederuitvoert die zijn ontvangen op goedkeuring, bij wijze van monster of in consignatie;
  • degene die goederen buiten de Gemeenschap wederuitvoert nadat deze door hem zijn gerepareerd, bewerkt, verwerkt of aangepast.

Als de dienstverrichter die zelf met het vervoer is belast, gebruik maakt van een onderaannemer om de dienst van het goederenvervoer te verrichten, dan kan onder het nieuwe standpunt de onderaannemer van het vervoer zijn dienst niet meer vrijstellen van btw op basis van artikel 41, § 1, 3° Wbtw.

De administratie had reeds (info dd. 17.11.2021) laten weten dat ze op vraag van het kabinet Financiën bereid was om uitstel te verlenen voor de verplichte toepassing van dit nieuwe administratieve standpunt, en dat hierover kortelings een publicatie zou verschijnen.

Met zijn circulaire 2021/C/101 dd. 22.11.2021 verleende de fiscus in eerste instantie uitstel tot 1 april 2022 voor de verplichte toepassing van het nieuwe administratieve standpunt. De fiscus bevestigde nadien nog uitdrukkelijk dat het nieuwe administratieve standpunt beperkt blijft tot de diensten van het goederenvervoer zelf, terwijl artikel 41, § 1, 3° Wbtw ook betrekking heeft op andere diensten dan goederenvervoer die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen, zoals laden, lossen, meten, wegen, enzovoort.

Later werd nogmaals uitstel verleend voor de verplichte toepassing van het nieuwe administratieve standpunt, dit maal tot 1 september 2022 (circulaire 2022/C/26 dd. 15.03.2022). De fiscus kondigde toen ook aan opnieuw in overleg te zullen treden met de sector om de interpretatie- en toepassingsproblemen van het nieuwe administratieve standpunt te bespreken.

En nu heeft de fiscus laten weten dat de inwerkingtreding van het voormelde nieuw standpunt voorlopig wordt opgeschort. Er is beslist om eerst verschillende Europese instanties te consulteren over voornoemde problematiek om een uniforme toepassing tussen de lidstaten van de betrokken vrijstelling te verzekeren.

Fisconetplus, circulaire 2022/C/72, 19 juli 2022