Fiscus beperkt btw-vrijstelling voor diensten m.b.t. uitvoer tot de laatste schakel

Artikel 41, § 1, 3° Wbtw voorziet in een btw-vrijstelling voor diensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen vanuit België of een andere lidstaat buiten de Gemeenschap. Dit artikel is deels de omzetting van artikel 146, 1, e) btw-richtlijn.

In haar arrest in de zaak L.C. (C-288/16 dd. 29.06.2017) besliste het Europese Hof van Justitie dat deze btw-vrijstelling niet kan worden toegepast voor diensten die niet rechtstreeks worden verricht voor de afzender of de ontvanger van de goederen. Dus ook niet in de relatie tussen bijvoorbeeld een onderaannemer en de dienstverrichter die met het vervoer is belast.

Volgens de Belgische fiscus (Btw-commentaar hoofdstuk 8, afdeling 6, 3, B.) is het voor de toepassing van die btw-vrijstelling voldoende dat:

  • de goederen, op het ogenblik waarop het vervoer aanvangt, bestemd zijn om te worden overgebracht naar een plaats gelegen buiten de Gemeenschap;
  • de goederen zich op het ogenblik waarop ze de buitengrens van de Gemeenschap overschrijden in dezelfde staat bevinden als op het ogenblik waarop het vervoer aanvangt (het verpakken van de goederen met het oog op hun vervoer wordt niet geacht van die aard te zijn dat hun staat hierdoor wordt gewijzigd).

Dus als aan deze beide voorwaarden is voldaan, staat de fiscus de voormelde btw-vrijstelling eveneens toe in bijvoorbeeld de relatie tussen een onderaannemer en de dienstverrichter die met het vervoer is belast.

De fiscus heeft nu beslist zijn standpunt aan te passen aan voormelde rechtspraak van het Hof, en dit met ingang van 1 januari 2022. De btw-vrijstelling van artikel 41, § 1, 1ste lid, 3° Wbtw kan enkel van toepassing zijn in de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. De twee laatstgenoemde personen betreffen onder meer:

  • de verkoper of de koper van de uit te voeren goederen;
  • de eigenaar, de huurder of de ontlener van de uit te voeren goederen;
  • de maakloonwerker die goederen uitvoert buiten de Gemeenschap om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan;
  • de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Gemeenschap, welke hij op zicht, op proef of in consignatie had ontvangen;
  • de persoon die goederen wederuitvoert buiten de Gemeenschap, nadat ze door hem zijn hersteld, bewerkt, verwerkt of aangepast.

Als de dienstverrichter een beroep doet op een onderaannemer voor het verrichten van de goederenvervoerdienst, kan de dienst verricht door de onderaannemer niet van deze btw-vrijstelling genieten.

Fisconetplus, circulaire 2021/C/96, 27 oktober 2021