Unieke abonnementsformule

Al uw vragen beantwoord voor een vaste prijs

Blijf steeds op de hoogte van het laatste btw-nieuws

Neem deel aan onze klantenseminaries

Meer info

Nieuwsflash

Gisteren publiceerden diverse media dat de Raad van State een omzendbrief van de fiscus vernietigd had waardoor er geen wettelijke basis meer zou zijn voor de boetes die de fiscus sedert 1 juli 2016 bij controles heeft opgelegd aan horeca-exploitanten die geen GKS in gebruik hadden terwijl ze daa

Eind vorig jaar besliste de fiscus dat de Pro deo-vergoedingen van advocaten en gerechtsdeurwaarders vanaf 1 april 2017 niet langer zouden kunnen genieten van het bijzonder btw-tarief van nul procent, met als gevolg dat advocaten en gerechtsdeurwaarders de btw die is begrepen in dergelijke ontvangen vergoedingen moeten aangeven en afdragen (beslissing nr. E.T. 131.005 van 23 december 2016). Die beslissing voorziet wel in een overgangsregeling: het nultarief mag worden toegepast op de ereloonstaten die uiterlijk op 31 maart 2017 worden opgemaakt, zelfs wanneer de betaling ervan gebeurt op een later tijdstip. De minister antwoordde in de Kamer dat de bijkomende praktische modaliteiten voor de toepassing van deze maatregel ook nog besproken zouden worden met de ordes van advocaten.

Vanaf dit jaar moeten vrijgestelde kleine ondernemingen geen klantenlisting meer indienen wanneer het om een nihillisting gaat.

Op 26 september 2013 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat elke btw-plichtige die in zijn eigen naam reizen verkoopt, maar die deze reisdiensten niet met zijn eigen middelen verstrekt omdat hij daarvoor beroep doet op derden, de bijzondere regeling van btw-heffing over de winstmarge moet toepassen. Of de reis daarbij verkocht wordt aan de reiziger, of aan iemand anders zoals bv. een doorverkoper van die reizen, speelt volgens het Hof geen enkele rol. Het Hof stelde met zijn uitspraak de Europese Commissie in het ongelijk die van oordeel was dat die bijzondere reisbureauregeling enkel en alleen van toepassing was wanneer de reis verkocht werd aan de reiziger.

De fiscus heeft nu laten weten deze rechtspraak niet toe te passen, wat voor de reissector wel eens verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben.

Een geregelde wederverkoper van tweedehandse goederen kan gebruik maken van een bijzondere regeling waardoor hij slechts de btw moet afdragen die in de bij de verkoop gerealiseerde marge is begrepen. Eén van de voorwaarden is dat het moet gaan om lichamelijke roerende goederen die in de staat waarin ze verkeren of na herstelling opnieuw kunnen worden gebruikt. Die regeling kan ook van toepassing zijn op tweedehandse auto's.

Maar kan een btw-plichtige die margeregeling ook toepassen wanneer hij oude wagens opkoopt en demonteert om de zo bekomen wisselstukken afzonderlijk te verkopen?